stethoscope

Heupdysplasie

Hippe Mama Club Baby

Wat is heupdysplasie
Heupdysplasie is een (veelal) aangeboren afwijking aan de heup of heupen en komt voor bij 2 tot 3% van de pasgeboren kinderen. Het heupgewricht is hierbij niet voldoende ontwikkeld waardoor het bovenste deel (de kop) van het dijbeen niet goed wordt ‘vastgehouden’ in de heupkom omdat deze te ondiep is en waardoor het gewricht niet goed werkt. Dysplasie is een afgeleide van de Griekse woorden Dys (mis) en Plasie (vormen) en kun je vertalen als: misvorming, heupmisvorming. In Europa is het één van de meest voorkomende aangeboren afwijkingen. Heupdysplasie wordt ook wel zuigelingenheup genoemd of DDH (Developmental Dysplasia of the Hip – stoornis in de ontwikkeling van de heup). De afwijking komt vaker voor bij meisjes dan jongens (ca. 4:1), in veel gevallen bij eerstgeborenen en ook is het dikwijls de linkerheup waar de dysplasie geconstateerd wordt. Als de afwijking in een vroeg stadium ontdekt wordt, is het heel goed te behandelen. Wordt er echter niets aan gedaan of wordt het in een later stadium ontdekt, dan kunnen er al op heel jonge leeftijd nare klachten ontstaan zoals pijn, problemen met lopen en slijtage van de heup.

Oorzaken heupdysplasie
Alhoewel er geen duidelijk aanwijsbare oorzaak voor heupdysplasie bekend is, komt het opvallend vaak voor als het kindje niet goed in de baarmoeder heeft gelegen zoals bijvoorbeeld een stuitligging (in 35 – 50% van de gevallen). Ook als er sprake is van meerlingen is het mogelijk dat er te weinig ruimte is in de baarmoeder waardoor de afwijking zou kunnen ontstaan. Daarnaast kan heupdysplasie erfelijk zijn en komt het vaker voor in combinatie met andere aangeboren afwijkingen zoals een open ruggetje of klompvoetjes.

Herkennen van heupdysplasie
Over het algemeen zul je zelf waarschijnlijk weinig aan je kindje merken. Heupdysplasie is namelijk niet pijnlijk waardoor je kindje geen signalen in die richting af zal geven. Wel kun je letten op een ongelijke spreiding van de beentjes tijdens de luierwisseling, ongelijke huidplooien of dat je kindje een beentje minder beweegt. Bij kinderen die net gaan lopen kan het opvallen dat ze wankelen of zelfs hinken. Bij de eerste afspraak op het consultatiebureau controleren ze altijd of de beentjes goed gespreid kunnen worden, bekijken ze de lengte van de beentjes en kijken ze of er wellicht een extra bilplooi aanwezig is. Mochten ze een afwijking vermoeden, dan zul je doorverwezen worden naar een orthopeed die door middel van een echo of röntgenfoto’s de afwijking nader zal bekijken.

Hoe te behandelen
In veel gevallen herstelt heupdysplasie spontaan binnen drie maanden na de geboorte. Indien behandeling noodzakelijk blijkt, zal dit veelal gebeuren als het kindje rond vier maanden oud is (in elk geval voordat je kindje gaat lopen waardoor het ook minder belastend is). De behandeling bestaat in de meeste gevallen uit het dag en nacht dragen van een zogenaamd spreidbroekje voor een periode van drie tot zes maanden. Dit is een aangemeten (afneembare) broek van kunststof die er voor zorgt dat de beentjes van het kind in een gespreide stand blijven staan. Het kindje kan hiermee zelfs gewoon kruipen, zitten, staan en leren lopen. Het is uiteraard niet geheel comfortabel voor het kindje, en de bewegingsvrijheid zal wat beperkt zijn maar weet dat deze behandeling zo goed als altijd succesvol is! Tijdens het baden en aan- en uitkleden mag de broek uit.

Tips bij een spreidbroekje
Het kan zijn dat het materiaal van de spreidbroek op warme dagen gaat broeien. Knip dan bijvoorbeeld de boord van een paar sportsokken af en doe deze om de beentjes van je kindje, onder de spreidbroek. Kleed je kindje in katoenen kleding, dit zal de minste kans op irritaties geven. Als je met je kindje op pad gaat met de auto, dan kun je een kussen in het autostoeltje doen waardoor hij of zij hoger komt te zitten en de beentjes over de zijkant van de stoel uitkomen. Gebruik dan ook altijd de driepuntsgordel. Ook biedt in dit geval een draagzak uitkomst. Door de houding in de draagzak nemen de beentjes automatisch een gespreide houding aan.